Er is geen gebruiker ingelogd

Direct naar
Slechtziendheid 75+

Slechtziendheid 75+

27-10 een derde heeft dit ...

Macula degeneratie (MD) is in Nederland de meest voorkomende oorzaak van slechtziendheid en blindheid. De ziekte ontstaat doordat de lichtgevoelige cellen in het midden van het netvlies, ook wel de macula of ‘gele vlek’ genoemd, afsterven.
Het zijn juist deze cellen waarmee wij contrast en kleuren waarnemen. Circa veertien procent van de mensen tussen de 55 en 64 jaar lijdt aan deze ziekte. Boven het 75e levensjaar neemt de kans op MD toe tot circa 35 procent.
Als gevolg van de aandoening neemt de gezichtsscherpte, het vermogen om details te zien, sterk af. Dit verlies kan niet worden gecompenseerd door het aanpassen van de sterkte van de bestaande bril of contactlenzen.
Bij het ontstaan van MD spelen erfelijkheid, leeftijd en omgevingsfactoren zoals roken en voeding een grote rol. De meest voorkomende vorm is leeftijdsgebonden macula degeneratie (LMD). LMD kent twee varianten: de droge vorm en de natte vorm. Bij de droge vorm, die langzaam verloopt, ontstaat atrofie, een (gedeeltelijk) verlies van functie.
Bij de natte vorm, die vele malen agressiever is, is sprake van vacuümvorming waardoor gaatjes in de macula ontstaan. Jaarlijks krijgen circa 4.000 mensen de diagnose droge LMD en meer dan 7.000 mensen de diagnose natte LMD.

Effectief behandelen

De eerste klachten bij zowel natte als droge LMD is een waziger zicht. Bij natte LMD kan bovendien beeldvertekening ontstaan. Op internet is een zelftest met het ‘Amsler raster’ te vinden. Als je klachten hebt, is het advies om zo snel mogelijk een afspraak te maken met de huisarts.
“Het succes van de mogelijke behandeling is vooral afhankelijk van de lengte van de periode tussen het begin van de aandoening en de start van de behandeling”, stelt professor Carel Hoyng, gespecialiseerd in macula degeneratie.
Hoyng is betrokken bij wetenschappelijk onderzoek naar het ontstaan van MD. De belangrijkste doelen van het onderzoek zijn het effectief behandelen van de aandoening en het ontwikkelen van een voorspellende test die aangeeft hoe groot de kans is dat iemand deze aandoening krijgt.
De test kan in de toekomst worden gebruikt om mensen gerichte adviezen te geven en, indien mogelijk, eerder te starten met (preventieve) behandeling. De natte vorm van LMD is behandelbaar met injecties in de ogen. Hiermee kan in veel gevallen de vaatgroei in de macula worden afgeremd en soms zelfs gestopt.
Als de ziekte is gestopt, is het ook van groot belang om regelmatig de ogen te laten controleren. Het is een chronische ziekte die na een aantal jaren weer kan terugkomen. De droge vorm is nog niet behandelbaar. Wel is, onder meer uit AREDS (Age Related Eye Disease Study), gebleken dat enkele vitaminen en mineralen een gunstige invloed kunnen hebben op het verloop van LMD.
De toevoeging van luteïne, zeaxanthine en zink laat een klein voordeel zien. Belangrijk is dat in combinatie hiermee geen betacaroteen wordt ingenomen. “Neem deze supplementen alleen na overleg met uw oogarts”, waarschuwt Hoyng. “Alleen de oogarts kan bepalen of in welke mate deze producten in uw situatie kunnen bijdragen aan de behandeling.”

Low vision-optometrist

Hoewel door behandeling hooguit kan worden voorkomen dat de macula verder achteruitgaat, kan het gebruik van bijvoorbeeld speciale brillen en loepen het zicht en daarmee de zelfredzaamheid wel enigszins verbeteren. De eerste behoefte van mensen met een visuele beperking is een hulpmiddel om beter te zien. “Daarom verwijst de oogarts naar een low vision-optometrist.
Deze kijkt wat de mogelijkheden zijn en test aan de hand van de vraag verschillende hulpmiddelen”, vertelt Marc Asselbergs, voorzitter van de Nederlandse Unie van Optiekbedrijven. Low vision-optometristen en oogartsen werken bij de behandeling van LMD-patiënten nauw samen. Als de optometrist tijdens zo’n bezoek constateert dat de macula verslechtert, verwijst hij/zij direct door naar de oogarts.
“Wij zijn er voor de hulpmiddelen en de periodieke controle, maar de oogarts houdt altijd de regie over de behandeling”, verduidelijkt Asselbergs. Juist omdat de beschadiging van de macula bij de droge vorm van LMD doorgaans langzaam verergert, is het belangrijk om regelmatig de ogen te laten testen.
Dat is overigens voor iedere vijftigplusser van belang. Men merkt vaak zelf niet dat hij/zij minder ziet dan eerder het geval was. Wanneer men jaarlijks de ogen laat testen bij de opticien of optometrist, kan deze controleren of er mogelijk afwijkingen zijn ontstaan.

Kwaliteit van leven

De gevolgen van MD zijn groot. Op de lijst van inbreuk op de kwaliteit van leven staat de aandoening, na twee heel agressieve vormen van kanker, op de derde plaats. Frans Stoop, voorzitter van MaculaVereniging, is het volkomen eens met deze kwalificatie. Op zijn 48e begon hij slechter te zien. Een jaar later constateerde de oogarts macula degeneratie.
Tot op dat moment draaide zijn hele leven om zien. Hij ontwierp meubels, schilderde en richtte kantoren in. “Toen ik te horen kreeg dat mijn aandoening onbehandelbaar is en dat het zicht steeds verder achteruit zal gaan, verdween alle lust tot leven.”
Frans raakte in een zware depressie. Pas toen hij in contact kwam met mensen die ook aan deze aandoening lijden, kreeg hij te horen dat hij wel degelijk kon leren leven met MD en dat het leven, ook als je zeer slecht ziet, de moeite waard kan zijn.
“Zij hebben mij letterlijk gezegd ‘Je gaat niet dood. Je kunt nog heel veel doen en heel veel leren zodat je heel goed kunt leven’.” Frans heeft, letterlijk met vallen en opstaan, leren omgaan met zijn ziekte. Zijn zicht is sinds de diagnose verslechterd van zestig tot slechts vijftien procent. Hij is volledig aangewezen op hulpmiddelen.
Daarvan zijn er gelukkig de afgelopen jaren steeds meer beschikbaar, zo stelt hij. Er zijn spraakcomputers, vergrotingsapparatuur, en computerloepen die het beeld twintig keer vergroten en verhelderen.
En ook het gebruik van een smartphone kan het leven makkelijker maken. Al die hulpmiddelen betekenen niet dat het leven eenvoudig is. Een MD-patiënt moet heel veel opgeven. Zelf autorijden of fietsen is niet meer mogelijk. Je wordt sneller moe omdat je, naarmate je minder ziet, je meer moet inspannen en het is moeilijk om te accepteren dat je steeds weer een stapje terug moet doen.
“Je hebt echt hulp nodig om te leren accepteren dat je leven drastisch verandert”, weet Frans uit eigen ervaring. “Het enige dat helpt is focussen op de dingen je je wél kan.”


Bron: www.mijngezondheidsgids.nl

terug naar overzicht