Er is geen gebruiker ingelogd

Direct naar
Wintertijd

Wintertijd

25-10 zondag 28 oktober 2018

De laatste zondag van oktober gaat de wintertijd in.


Geschiedenis

De eerste praktische toepassing van zomertijd was door de Duitse regering gedurende de Eerste Wereldoorlog, tussen 30 april 1916 en 1 oktober 1916. Kort daarop volgde ook het Verenigd Koninkrijk, voor het eerst van 21 mei 1916 tot 1 oktober 1916. Vervolgens voerde het Congres van de Verenigde Staten op 19 maart 1918 verschillende tijdzones in (die al sinds 1883 bij de spoorwegen in gebruik waren) en maakte de zomertijd officieel (in werking tredend op 31 maart) voor de rest van de Eerste Wereldoorlog.

Tussen beide wereldoorlogen en ook in de Tweede Wereldoorlog was in verschillende Europese landen de zomertijd in gebruik.

De oliecrisis van 1973, die tot een golf van energiebesparende maatregelen leidde, was voor veel Europese landen aanleiding om opnieuw de zomertijd in te voeren. Spanje en AlbaniŽ begonnen hier in 1974 mee. In 1975 volgden Griekenland en Cyprus. Frankrijk volgde in 1976, Nederland, BelgiŽ, Luxemburg, Portugal en Polen in 1977, Tsjecho-Slowakije, Bulgarije en RoemeniŽ in 1979. De Bondsrepubliek wachtte nog tot 1980, totdat hierover een afspraak met de DDR was gemaakt. Ook Oostenrijk, Denemarken, Hongarije, Noorwegen en Zweden sloten zich toen aan. In 1981 volgden de Sovjet-Unie, Zwitserland, Finland en Liechtenstein, en in 1983 JoegoslaviŽ. In 1985 sloot Andorra zich aan, als laatste land in Europa.

Ezelsbruggetjes
Om te onthouden of de klok voor- of achteruit gezet dient te worden is er een ezelsbruggetje: je wint-er-tijd mee als de wintertijd in gaat (die dag duurt namelijk 25 uur).

Een ander ezelsbruggetje is: in het voorjaar zet men de klok vooruit en in het najaar zet men de klok achteruit (of: in de winter gaat 'ie terug). Ook: als het weer achteruit gaat (het wordt kouder), gaat de klok een uur achteruit. Gaat het weer vooruit (het wordt warmer) gaat de klok een uur vooruit.

In Spanje wordt het ezelsbruggetje gebruikt dat als de zomer begint, de stoelen vůůr het huis op straat worden gezet, de tijd gaat dus vooruit. Als de zomer weer voorbij is, worden de stoelen weer naar achter gehaald, het huis in; de klok gaat achteruit.

In het (Amerikaans-)Engels bestaat er het ezelsbruggetje spring forward, fall back. Dit maakt gebruik van de dubbele betekenissen van spring, dat zowel 'lente' als 'spring' kan betekenen, en van fall, dat zowel 'herfst' als (in combinatie met 'back') 'terugtrekken' kan betekenen: "lente/spring vooruit, herfst/trek terug".

Kritiek
In West-Europa loopt de klok normaal gesproken al voor op de zonnetijd (in de Benelux circa 35 minuten). Gedurende de zomertijd wordt dit nog een uur meer. Dit extra uur wordt door sommige mensen als te groot ervaren.

Een belangrijker bezwaar zijn de moeizame omschakelingen tussen zomer- en wintertijd. Planten hebben als de zon het hoogst staat meer water nodig. Door het verzetten van de klok is dit in de zomer niet meer tussen 12:00 en 13:00 maar een uur later. Kwekers en verzorgers van planten moeten hier gedurende de zomertijd rekening mee houden. In de tuinbouw wordt de regelapparatuur in de zomermaanden hierop aangepast, zodat de klimaatstrategie voor het gewas niet verandert. Ook dieren passen zich niet vanzelf aan. Als ze dat al doen, dan alleen na verloop van tijd en als ze afhankelijk zijn van mensen. Dit kan problemen veroorzaken, zoals bijvoorbeeld in de veeteelt waar koeien niet opeens een uur eerder op zullen staan. Ook mensen hebben moeite zich aan te passen aan wijzigingen in het dagritme. Vooral kinderen, ouderen en avondmensen hebben hier last van, waardoor ze in de week na de aanpassing oververmoeid kunnen raken. In 2007 hebben wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen, in samenwerking met de Ludwig Maximilians-Universiteit te MŁnchen, aangetoond dat de zomertijd een langdurig en behoorlijk groot effect heeft op de biologische klok van de mens.

Voorstanders beweren echter dat de zomertijd meer voor- dan nadelen heeft. Daarbij haalt men vooral energiebesparing als voordeel aan, waarschijnlijk omdat dit in geld uit te drukken valt, dit in tegenstelling tot sommige andere voordelen zoals lekker lange zomeravonden. Tegenstanders trekken in twijfel of de lagere verlichtingskosten de hogere airconditioningskosten wel compenseren. In de Amerikaanse staat Arizona heeft men in 1967 om deze reden besloten de zomertijd, die toen ťťn keer was gebruikt, af te schaffen.

Er gaan ook stemmen op om het hele jaar door de zomertijd te hanteren, zoals sinds 2011 in Rusland gebeurt. Voordelen daarvan zijn dat er geen moeizame overschakelingen meer zijn, en dat toch de voordelen van de lange zomeravonden blijven. In de winter heeft 'zomertijd' het voordeel dat veel mensen vůůr het duister thuiskomen, in plaats dat mensen in het donker van huis gaan en in het donker thuiskomen waardoor het gevoel ontstaat dat de zon zich de hele dag niet heeft laten zien. Het kleine beetje zonlicht bij thuiskomst zou al voldoende vitamine D kunnen leveren om een "winterdip" te voorkomen. In februari en maart zijn de voordelen groter dan de nadelen omdat de zon in die maanden reeds 1 tot 2 uur eerder opkomt dan in december en januari. Een belangrijk nadeel is het feit dat het 's ochtends dan zeer lang donker zou blijven (in Nederland zou het dan van medio december tot medio januari bijvoorbeeld tot - gemiddeld - 9:40 uur donker blijven in plaats van tot 8:40 uur). Deze nadelen hebben een klein effect, omdat in die periode de productiviteit al lager is vanwege de feestdagen.


terug naar overzicht